De Orde van de Tempeliers, bekend als strijdmonniken en verdedigers van het Heilige Land, stond ook aan de wieg van het eerste internationale banksysteem. Minder bekend is dat zij daarbij gebruikmaakten van verschillende munten — afhankelijk van de regio waar ze actief waren — en dat dit systeem hun macht en onafhankelijkheid versterkte.
Tijdens de Kruistochten moesten pelgrims en ridders grote sommen geld vervoeren van Europa naar het Heilige Land. Dat was gevaarlijk. De Tempeliers losten dit op door een netwerk van commanderieën waar je geld kon deponeren in Europa, en het equivalent kon opnemen in munten zoals de bezant in Jeruzalem.
De meest gebruikte munten:
- Bezants – gouden munten van Byzantijnse oorsprong, gebruikt in het Oosten.
- Denier Tournois – Franse zilveren munt, veelgebruikt in Europa.
- Florijnen – gouden munten uit Italië, vooral gebruikt voor grote bedragen.
- Livre Tournois – een rekeneenheid die vaak in hun administratie werd gebruikt.
Ze sloegen zelf geen eigen munten, maar beheerden wel de geldstromen van koningen, edelen en handelaars. Daardoor werden ze het vertrouwensanker van de middeleeuwse economie.
💬 “Wie geld had, vertrouwde het toe aan de Tempeliers — want wie met het Zwaard beschermt, beschermt ook het Zilver.”
Exclusief voor onze leden: Lees verder hoe de tempeliers als bankier werden aanzien!